Tips op het gebied van verzekeringen en hypotheken bij het doen van belastingaangifte

Vóór 1 mei moet de aangifte inkomstenbelasting zijn ontvangen door de Belastingdienst. Veel dingen zijn al vooraf voor u ingevuld, maar controleer deze gegevens altijd goed. Hieronder vindt u nog enkele tips voor het goed en volledig invullen van de aangifte.


De belangrijkste aftrekpost is meestal hypotheekrente maar let ook op andere aftrekposten
Een eigen woning brengt kosten met zich mee. Sommige van deze kosten kunnen aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. De belangrijkste kostenpost is vaak de hypotheekrente, maar u kunt ook denken aan advieskosten, taxatiekosten of boeterente. 
 
Deze kosten kunnen aftrekbaar zijn voor zover de eigen woning en de bijbehorende schuld in box 1 zitten. Het loont dan ook om alle mogelijke aftrekposten met betrekking tot de woning nauwkeurig te bekijken.
 
Mogelijk hebt u een deel van de hypotheek niet voor de woning gebruikt. De belastingdienst ontvangt van de hypotheekverstrekker alleen het totale hypotheekbedrag en de betaalde rente. Bij uw belastingaangifte is alleen het deel aftrekbaar dat u nodig hebt voor de woning. In sommige gevallen dient dit dus handmatig aangepast te worden.

Houdt u er rekening mee dat u bij de aangifte over 2019 de WOZ-waarde met als peildatum 1 januari 2018 opgeeft.

Rente over restschuld eigen woning
Hebt u uw eigen woning verkocht en is daarbij een restschuld overgebleven? Onder voorwaarden is de rente over deze restschuld maximaal 15 jaar na de verkoopdatum aftrekbaar in box 1. 
 
De belangrijkste voorwaarde is dat de restschuld moet zijn ontstaan in de periode na 28 oktober 2012 en voor 1 januari 2018. Rente op restschulden ontstaan na 1 januari 2018 is niet aftrekbaar.
 
Tijdelijke hypotheekrenteaftrek over 2 woningen
Hebt u tijdelijk 2 woningen, bijvoorbeeld door de koop van een nieuwe woning terwijl de oude woning nog niet verkocht is? Dan hebt u onder voorwaarden mogelijk recht op renteaftrek voor beide woningen. 

Geen of een kleine eigenwoningschuld (‘Wet Hillen’)
Betaalt u geen of weinig rente omdat u geen of een kleine eigenwoningschuld hebt? Dan is het eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning. U hebt dan recht op een aftrek omdat er geen of een kleine eigenwoningschuld is. Dit wordt ook wel de Wet Hillen genoemd.
 
Mocht bovenstaande van toepassing zijn, dan is het goed om te weten dat sinds 1 januari 2019 de aftrek voor de kleine woningschuld over 30 jaar wordt afgebouwd. Dit betekent dat u voor 2019 nog maar 69,67% en per 2020 93,33% van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor de eigen woning als aftrek krijgt. Het percentage neemt ieder jaar af met 3,33%. Vanaf 1 januari 2048 vervalt de aftrek helemaal. Wil u hier meer over weten? Klik dan hier
 
Maximale tarief aftrekbare kosten eigen woning worden verder verlaagd
Hebt u inkomen uit werk en woning dat in de hoogste belastingschijf valt? Dan is de aftrek van kosten eigen woning boven het inkomen van € 68.507 maximaal 46% (2020). 
 
Vanaf 2020 zal dit met 3% per jaar verder dalen tot 2023. In 2023 is de aftrek van kosten eigen woning maximaal 37,05%.
 
Waarde tweede woning in Nederland
Hebt u een tweede woning? Zorg er dan voor dat u deze op de juiste manier in het box 3-vermogen meeneemt. Waarde van de tweede woning:

  • De tweede woning moet worden aangegeven op basis van de WOZ-waarde. De geldende waardepeildatum is 1 januari vóór het jaar van aangifte. Voor de aangifte over 2019 is dit dus 01-01-2018.
  • Schulden op 1 januari 2019 met betrekking tot je tweede woning, kunnen in aftrek worden gebracht in box 3.
  • Als de tweede woning wordt verhuurd, kan in bepaalde gevallen een lagere waarde worden aangegeven.
Check of een kapitaalverzekering in box 3 valt
De meeste kapitaalverzekeringen hoeft u niet op te geven als vermogen in box 3. Vraag uw tussenpersoon of verzekeraar of een kapitaalverzekering is vrijgesteld in box 3.
 
Kapitaalverzekeringen die gekoppeld zijn aan een eigen woning, zogenaamde kapitaalverzekeringen eigen woning, hoeft u niet op te geven in box 3. Deze verzekeringen vallen namelijk in box 1. Lees meer hierover op de site van de Belastingdienst
 
Box 3-vermogen
Om het box 3-vermogen te bepalen voor 2019, kijkt de Belastingdienst naar het vermogen op 1 januari 2019. Uw vermogen is bij benadering de waarde van je bezittingen minus schulden. Onder voorbehoud van een drempel. Bovendien zijn sommige bezittingen, zoals auto of inboedel, vrijgesteld.
 
Was uw box 3-vermogen op 1 januari 2019 hoger dan de vrijstelling van € 30.360? Dan betaalt u over het bedrag boven deze vrijstelling vermogensrendementsheffing. Als u een fiscaal partner hebt dan is de vrijstelling 2 keer zo hoog, namelijk € 60.720. 
 
Rond Prinsjesdag heeft het kabinet nieuwe plannen bekend gemaakt voor de belastingheffing in box 3 die per 2022 moeten ingaan.
 
Zorgkosten zijn mogelijk aftrekbaar
Soms kunt u zorgkosten die niet worden vergoed door uw verzekeraar, van de inkomstenbelasting aftrekken. Denk hierbij aan kosten van voorgeschreven medicijnen en fysiotherapie, maar ook aan kosten van vervoer naar ziekenhuis of arts. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden. Voor zorgkosten geldt een niet aftrekbare drempel die inkomensafhankelijk is. Door zorgkosten voor zover mogelijk binnen één kalenderjaar te betalen, komt u sneller over deze drempel heen.
 
Spaar fiscaal gunstig met lijfrente        
Stortingen op een lijfrente bankspaarrekening of betaalde premies voor een lijfrenteverzekering, zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Dit is het geval als u dit in het jaar 2019 hebt gedaan én als je daarnaast ook genoeg jaar- of reserveringsruimte hebt.
 
Let op: als er zowel sprake is van jaarruimte als reserveringsruimte, biedt het voordeel om eerst het ‘oudste’ jaar van de reserveringsruimte te benutten. U kunt de reserveringsruimte die dan overblijft, mogelijk in de komende jaren nog gebruiken.
 
Algemene tips

Op tijd aangifte doen of op tijd uitstel aanvragen
Vanaf 1 maart 2020 kunt u de aangifte inkomstenbelasting over 2019 invullen. Uw aangifte moet vóór 1 mei 2020 zijn ingediend. Hebt u meer tijd nodig? Dan kunt u vanaf 1 februari tot 1 mei 2020 online een verzoek tot uitstel indienen. Hierbij wordt uitstel verkregen tot 1 september 2020. De aangifte moet dan uiterlijk 31 augustus 2020 worden gedaan.
 
Als u uitstel aanvraagt voor het doen van aangifte en deze leidt tot een te betalen aanslag, dan bent u vanaf 1 juli 2020 tot 6 weken na het moment van het opleggen van de aanslag, 4% belastingrente verschuldigd. Uitstel van belastingaangifte kan hierdoor financieel nadelig zijn. 
                                        
Hebt u geen uitstel aangevraagd en bent u te laat met het indienen van uw aangifte? Dan kunt u een boete krijgen van minimaal € 369,-.
 
Controleer de vooraf ingevulde gegevens
U kunt de vooraf (gedeeltelijk) ingevulde aangifte downloaden via mijn.belastingdienst.nl met uw DigiD. Controleer altijd goed of de ingevulde gegevens kloppen en overeenkomen met de eigen informatie. Houd daarbij deze informatie bij de hand. U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de juistheid van alle gegevens in de ingediende aangifte.
    
Aangifte doen is bijna altijd zinvol        
Aangifte doen loont vaak ook als uw inkomen laag is, bijvoorbeeld als u alleen AOW ontvangt. Door verschillende aftrekposten en kortingen kunt u mogelijk zelfs belasting terugkrijgen. Meer informatie over de verschillende aftrekposten en kortingen vindt u hier.

Maak altijd kopieën van persoonlijke aftrekposten 
De Belastingdienst controleert regelmatig 1 of meerdere van uw aftrekposten. Als de belastingdienst om een onderbouwing vraagt dan moet u deze tot uw beschikking hebben.
 
Gezamenlijk aangifte doen
Hebt u een fiscaal partner? Dan kunt u met het verdelen van inkomsten en aftrekposten mogelijk belasting besparen. In het aangifteprogramma van de Belastingdienst kunt u eenvoudig zien welke verdeling in uw situatie het meest gunstig is. Zo kan het aantrekkelijk zijn om (een deel van) de aftrekposten naar de partner met het hoogste inkomen te verschuiven. 
 
Vanaf de AOW-leeftijd kunt u, met een fiscaal partner, extra voordeel behalen met de ouderenkorting. De ouderenkorting is afhankelijk van het verzamelinkomen uit box 1, 2 en 3. Door het verdelen van inkomsten op individueel niveau, kan een lagere belastingdruk bereikt worden. Tot een verzamelinkomen van  € 36.783,- (2019) maakt u gebruik van de volledige ouderenkorting van € 1.596,-. Is het verzamelinkomen hoger, dan gaat de ouderenkorting stapsgewijs omlaag.
 
Met de verdeelmogelijkheid aan het einde van het online aangifte programma inkomstenbelasting kunt u automatisch laten berekenen hoe u en uw fiscale partner zo min mogelijk belasting betalen. 
 
Zeker weten of u een fiscaal partner hebt (gehad)?
De regels rond fiscaal partnerschap zijn best ingewikkeld. In sommige gevallen bent u automatisch fiscaal partner van elkaar en in sommige gevallen is er een keuze. Indien u een gedeelte van het jaar een fiscale partner hebt, kunt u er soms voor kiezen om het hele jaar als fiscale partner te worden gezien. Met behulp van proefberekeningen (met en zonder partner) in het aangifteprogramma inkomstenbelasting kunt u berekenen wat in uw situatie gunstig is.
 
Belastingaangifte bij einde huwelijk of geregistreerd partnerschap
Als een huwelijk, geregistreerd partnerschap of het samenwonen stopt, is dit vaak in de loop van een jaar. Na beëindiging van de relatie, is het mogelijk om apart van elkaar digitaal aangifte te doen. Ook als er is besloten dat er in het jaar van uit elkaar gaan wel sprake is van fiscaal partnerschap.
 
Het is aan te raden om te overleggen of u als fiscaal partners de aangifte wilt doen. Sommige inkomsten en aftrekposten mogen zo gunstig mogelijk worden verdeeld, zo lang de totale verdeling maar 100% is. Inkomsten zijn bijvoorbeeld: de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) en inkomsten uit de eigen woning.
 
De Belastingdienst heeft overigens een speciale website gemaakt waar u de gevolgen van uit elkaar gaan kunt bekijken. Hier vindt u informatie over bijvoorbeeld toeslagen, alimentatie en hypotheek.